NL | FR

Bedreigde biodiversiteit

 

Inleiding

Poef. Weg. Terwijl je dit leest, verdwijnt er ergens op de wereld een soort. Binnen 20 minuten volgt er nog een. Drie soorten per uur, 150 soorten per dag, 18.000 tot 55.000 soorten per jaar worden onherroepelijk van de aardbol geveegd. Ter vergelijking: in heel België leven naar schatting zo’n 55.000 soorten!

Door de impact van de mens is de snelheid waarmee de biodiversiteit verdwijnt 100 tot 1.000 keer groter dan de natuurlijke snelheid van uitsterven. Als we nu geen actie ondernemen, zal de snelheid waarmee soorten uitsterven in de toekomst nog 10 tot 100 keer verhogen. De cijfers liegen er niet om: de biodiversiteit wordt bedreigd, en hoe...

 

In de linkerkolom vind je tekst en eventueel links naar extra informatie binnen deze website. De rechterkolom bevat links naar gerelateerde websites en afbeeldingen. Van de meeste afbeeldingen kan je een grotere versie bekijken door op het prentje te klikken.

'Bedreigde biodiversiteit' in de klas

  Leestekst 'Biodiversiteit onder druk: De Rode Lijst als indicator' (Natuur.blad)

  Leesoefening 'Bedreigde biodiversiteit, bedreigde mensheid?'

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 1. De biodiversiteit gaat achteruit

Het uitsterven van soorten is een natuurlijk proces. Het gros van de soorten dat ooit heeft geleefd, bestaat vandaag niet meer, en ook de nu bestaande soorten zullen op een bepaald moment verdwijnen. Doorheen de geologische geschiedenis verhoogde de biodiversiteit wel, doordat er sneller nieuwe soorten ontstonden dan dat er uitstierven.

Sinds het ontstaan van de mens is deze verhouding echter veranderd. De huidige snelheid waarmee soorten uitsterven is wellicht tot 1.000 keer sneller dan de natuurlijke snelheid (zie figuur). Steeds sneller leggen soorten het loodje, met emblematische soorten als de dodo en de Tasmaanse buidelwolf op kop. Er wordt zelfs gesproken van de zogenaamde ‘zesde massale extinctie’, maar in tegenstelling tot vorige massale extincties wordt de huidige uitstervingsgolf veroorzaakt door een component van de biodiversiteit zelf, namelijk de mens…

Om een overzicht te hebben van de omvang van de bedreiging, volgt de IUCN (International Union for the Conservation of Nature, Internationale Unie voor Natuurbescherming) de status van de biodiversiteit op de voet. Onderzoek van de Unie wijst uit dat, in 2009, 21% van de bekende zoogdieren, 30% van de amfibieën, 28% van de reptielen, 12% van de vogels, 37% van de zoetwatervissen, 70% van de plantensoorten en 35% van de ongewervelden met uitsterven zijn bedreigd.

Via de Rode Lijst wil de IUCN beleidsmakers de nodige informatie geven over de taxonomie, status en verspreiding van planten- en diersoorten. Het belangrijkste doel is een overzicht te geven van de planten en dieren die sterk met uitsterven zijn bedreigd (ernstig bedreigd, bedreigd of kwetsbaar).

Ook in België brengen onderzoekers de status van onze fauna en flora in kaart via Rode Lijsten. In Vlaanderen is circa een derde van de onderzochte soorten uitgestorven of met uitsterven bedreigd. In Wallonië staat zelfs meer dan de helft van de onderzochte soorten op de Rode Lijst.

Het zijn niet enkel soorten die in gevaar zijn. Zowat alle bestaande ecosystemen zijn in meerdere of mindere mate beïnvloed door menselijke activiteiten. In sommige delen van de wereld zijn hele ecosystemen bedreigd - zoals mangroven, tropische wouden en koraalriffen – of zelfs verdwenen.

Door het steeds uitdunnen en verkleinen van populaties daalt ook de genetische diversiteit, wat maakt dat soorten minder in staat zijn zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Het verlies aan biodiversiteit, zowel op genetisch, soort- als ecosysteemniveau, is meestal niet vast te pinnen op één oorzaak. De verschillende bedreigingen staan vaak met elkaar in verband, en hebben een gecumuleerde impact op de biodiversiteit over de hele wereld.

 

Tabel met bedreigde en uitgestorven soorten

 

Website van het IUCN

 

Snelheid van het verdwijnen van de soortendiversiteit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Bedreigingen

Hoe komt het dat soorten verdwijnen? Het antwoord ligt meestal niet voor de hand. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje bij de kikkers, wereldwijd één van de meest bedreigde diergroepen.


Een dag in het leven van een kikker is tegenwoordig geen pretje. Eerst wordt je leefomgeving grondig overhoop gehaald voor een nieuw stuk landbouw- of woongebied, en kan je je soortgenoten binnen de kortste keren op één hand tellen. Dan kappen je nieuwbakken buren een hoop pesticiden, meststoffen en chemische producten in het water waar je leeft. Je moet hemel en aarde verzetten om je eitjes veilig af te zetten in een poel, zonder daarbij onder de wielen van een auto terecht te komen... En dan zorgt de opwarming van het klimaat er weer voor dat je eieren en larven niet ontwikkelen zoals het hoort. Onder al die omstandigheden ben je natuurlijk niet opgewassen tegen ziekten veroorzaakt door virussen of schimmels. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, gooien ze nog een exoot zoals de stierkikker bij je binnen, die je voedsel verorbert en als je niet oppast ook jou naar binnen speelt.

Nee, de vermomde charmante prins uit onze sprookjes heeft het niet gemakkelijk... En hetzelfde geldt voor heel wat andere soorten: meestal hebben ze te kampen met meer dan één verstorende factor, en is het een combinatie van factoren die de soort de das om doet.

Wat zijn die verstorende factoren dan? De biodiversiteit wordt langs alle kanten belaagd: wijziging, vernietiging en versnippering van habitats, invasieve soorten, klimaatsverandering, vervuiling en eutrofiëring, verdroging, verzuring, overexploitatie… Geen wonder dat zelfs de meest evenwichtige ecosystemen uiteindelijk geen uitweg meer vinden om al deze negatieve invloeden te neutraliseren.

Het Verdrag inzake biologische diversiteit zoomt in op vijf belangrijke directe bedreigingen:

 

a. Vernietiging en versnippering van habitats

De vernietiging en versnippering van habitats is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van het verlies van biodiversiteit. Habitatverandering kan een natuurlijke oorzaak hebben, zoals droogte, ziekte, brand, storm, tijdelijke veranderingen in temperatuur of neerslag… Meestal is de mens echter de oorzaak van de verandering, versnippering of zelfs vernietiging van habitats. Ontbossing, landbouwactiviteiten, de inplanting van barrières als snelwegen, woongebieden en industriële zones kunnen nefast zijn voor de biodiversiteit.

In België, met zo’n 20% verstedelijkt gebied, 60% landbouwgebied en een wegennet van meer dan 165.000 km, is versnippering één van de belangrijkste bedreigingen voor de biodiversiteit. Bekende slachtoffers zijn onder andere grote zoogdieren als reeën en dassen, en de trekkende amfibieën die sterven onder het wegverkeer. Onderzoek toont echter bij steeds meer groepen planten en dieren de negatieve effecten van versnippering. Ook waterwegen worden versnipperd door sluizen en dammen, wat de vismigratie bemoeilijkt.

 

> Case study: Bijen

 

b. Overexploitatie

Wereldwijd vormt biodiversiteit de basis voor onder andere voedsel en grondstoffen voor meer dan 6 miljard mensen. Jammer genoeg worden de ecosystemen die deze diensten leveren meestal niet erg duurzaam geëxploiteerd. Bij overexploitatie verdwijnen er zo veel individuen dat het voor de populatie onmogelijk is om te blijven bestaan. De belangrijkste vormen van overexploitatie zijn overbevissing, overmatige jacht op wilde dieren, de overmatige kap van brandhout en het uitputten van landbouwgronden.

De belasting die de mens vormt voor de aarde wordt vaak voorgesteld aan de hand van de ecologische voetafdruk. Daarbij wordt de omvang van land en water berekend die nodig is om een bepaalde menselijke populaite te onderhouden. Onder andere het gebruik van energie, voedsel, water, bouwmaterialen en andere consumptiegoederen worden in de berekening opgenomen. Terwijl de voetafdruk van de menselijke bevolking in 1961 nog een halve aardbol bedroeg, wordt de draagkracht van de aarde nu flink overschreden.

Vooral oceanen ondervinden de gevolgen van overexploitatie. Overbevissing is wereldwijd de belangrijkste reden voor het mariene biodiversiteitsverlies, waarbij steeds meer vissoorten afstevenen op een onherstelbare inzinking van de vispopulatie. Op dit moment worden 25% van de visgronden overbevist; voor 50% van de visgronden is een absolute bovengrens in zicht.

 

> Case study: de Noordzee

 

c. Invasieve soorten

Invasieve soorten zijn exoten of uitheemse soorten, die door een gebrek aan natuurlijke vijanden een grote expansie kennen en daardoor een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit. Ze kunnen de structuur en soortensamenstelling van een ecosysteem grondig veranderen, door de inheemse soorten als prooi te nemen of hen te beconcurreren voor voedsel en nestplaatsen.

Uitheemse soorten worden vaak onopzettelijk uitgezet, via internationaal transport, biologische bestrijding en toerisme, of welbewust door viskwekers of baasjes van huisdieren. Dit laat soorten toe zich te verspreiden over grote afstanden en buiten hun natuurlijke grenzen. Terwijl maar een klein percentage van de verplaatste organismen effectief invasief wordt, hebben ze toch een enorme impact op de voedselveiligheid en de gezondheid van planten, dieren en zelfs mensen. Sinds de 17de eeuw zijn invasieve soorten wereldwijd verantwoordelijk voor 40% van het uitsterven van dieren. Ze hebben niet enkel een verwoestende invloed op de natuur, maar zetten ook een zware druk op de landbouw, de economie en de volksgezondheid. Wereldwijd veroorzaken invasieve soorten ieder jaar een schade ter waarde van miljarden dollars.

In België staan op dit moment al meer dan 50 planten- en diersoorten op de ‘zwarte lijst’ van invasieve exoten, met een niet te onderschatten impact op onze biodiversiteit tot gevolg. Zo ontneemt de reuzenberenklauw met zijn grote bladeren het nodige zonlicht van veel kleinere inheemse plantensoorten. Met de inheemse planten verdwijnen ook de dieren die er samen mee voorkomen. Japanse oesters kapen een groot deel van het beschikbare voedsel voor mosselen en kokkels weg, maar zijn zelf niet eetbaar voor vogels. Halsbandparkieten nemen de beperkte nestplaats van holenbroeders als boomklevers en groene spechten in. De dichte tapijten die de grote waternavel op zoet water vormt houden het licht tegen; het zuurstofgehalte van het water daalt en samen met de vissen verdwijnt ook het grootste deel van het leven onder water...

De invasie van deze exoten kan een kettingreactie veroorzaken, waarvan de resultaten moeilijk voorspelbaar zijn. Vooral wanneer meerdere invasieve soorten hun intrek in een ecosysteem nemen, kunnen de gecumuleerde effecten het volledige ecosysteem ontwrichten.

 

> Case study: Grote waternavel

 

d. Klimaatverandering

De opwarming van de aarde is een feit: de stijgende uitstoot van broeikasgassen zorgt voor een duidelijk meetbare stijging van de temperatuur van het aardoppervlak en de lagere atmosfeerlagen. Deze hogere temperaturen leiden tot een klimaatverandering die onder andere een stijging van de zeespiegel, overstromingen, droogten en de verspreiding van ziekten als malaria tot gevolg heeft.

Wereldwijd worden de effecten van klimaatverandering op de biodiversiteit duidelijk. De snelheid waarmee temperaturen en neerslagpatronen veranderen heeft als gevolg dat de meeste soorten niet op tijd in staat zijn hun levenswijze aan te passen, of te migreren naar een habitat met de passende kenmerken. Bovendien reageren niet alle soorten binnen een ecosysteem op dezelfde manier, wat de relaties binnen de levensgemeenschappen op de helling zet.

Daarnaast zijn er heel wat invasieve soorten die zich de hogere temperaturen laten welgevallen, ten koste van inheemse soorten die moeten opbotsen tegen de veranderende omgeving. De effecten van klimaatverandering zijn zo snel en divers, dat ze zelfs de meest stabiele ecosystemen uit balans kunnen brengen.


 > Case study: de bonte vliegenvanger

 

e. Verontreiniging en vermesting

Sinds de industriële revolutie overlaadt de mens de aarde met vervuilende stoffen. De voorbije twee eeuwen waren vooral de landen uit het ‘rijke westen’ de grote schuldigen, maar ook snel ontwikkelende economieën als India en China treden nu in hun voetsporen. Stoffen als pesticiden, insecticiden, PCB’s, zware metalen en stookolie komen vaak in grote hoeveelheden vrij in de natuur, waar ze grote schade aanrichten bij planten, dieren en micro-organismen.

Bekende voorbeelden van de verstrekkende effecten van milieuvervuilende stoffen zijn er in overvloed: de afname van roofvogels door bioaccumulatie van DDT in de voedselketen (zie case study), zeevogels en zeezoogdieren die verstikken in olie afkomstige van lekkende boorplatformen en gezonken olietankers, hele zoetwater- en mariene gemeenschappen die worden aangetast door giftige industriële lozingen, de overvloedige vrouwelijke hormonen die niet uit ons afvalwater kunnen worden gefilterd, en die de voortplanting van vissen, kikkers en andere water organismen beïnvloeden…

Daarnaast zorgen vooral landbouwactiviteiten, maar ook emissies en lozingen door industrie, verkeer en huishoudens, voor vermesting en verzuring. Vermesting (of eutrofiëring) is de toevoer van een teveel aan voedingsstoffen, zoals stikstof en fosfor, aan het milieu. Verzuring treedt op wanneer luchtverontreinigende stoffen in de atmosfeer worden omgezet tot zuren (zoals zwavelzuur, salpeterzuur en koolzuur) en neerslaan in bodem of water.

De vermesting en verzuring van bodem en water zorgen voor fundamentele veranderingen in de kringloop van voedingsstoffen en in de ecologische processen binnen ecosystemen. Zo heeft een teveel aan stikstof bijvoorbeeld een negatieve invloed op traaggroeiende plantensoorten, die het in van nature stikstofarme omgevingen niet meer kunnen halen van snelgroeiende soorten die gebaat zijn met het teveel aan voedingstoffen. In meren en kustgebieden zorgt eutrofiëring voor algenbloei en zuurstofarme plaatsen, met een daling van de populaties van vissen en andere aquatische soorten tot gevolg. De steeds grotere hoeveelheid CO2 in de atmosfeer heeft een verzurend effect op de oceanen. Eén van de ernstige gevolgen hiervan is dat het calciumcarbonaat uit het zeewater verdwijnt, wat een grote tol eist bij soorten met een schelp of een kalkskelet.


> Case study: De slechtvalk

 

3. Verlies van biodiversiteit: de gevolgen

Wat zou er gebeuren als de biodiversiteit steeds verder afglijdt? Uiteindelijk is het antwoord voor de biodiversiteit zelf eenvoudig: niets belangrijk. Ecosystemen, soorten en genen zullen niet stilstaan bij het feit dat ze worden vernietigd. Ze zullen gewoon ophouden te bestaan.

De vraag wat de gevolgen zijn van het verlies van biodiversiteit wordt dus vooral gesteld vanuit het oogpunt van de mens, die voor haar welzijn en voortbestaan volledig afhangt van de ecosysteemdiensten die door de biodiversiteit worden geleverd. Verlies aan biodiversiteit tast ecosystemen aan, waardoor ze kwetsbaarder worden voor verstoringen en de capaciteit voor het leveren van hun waardevolle diensten vermindert.

De gevolgen voor de mens zijn niet te overzien. Maar enkele van de vele concrete voorbeelden tonen al aan hoe diepgaand ons leven en welzijn zou worden aangetast: 

  • Bestuivers, zoals bijen en hommels, zijn verantwoordelijk voor de voortplanting van meer van 75% van de planten. Het wegvallen van deze insecten zou nefast zijn voor zowat alle ecosystemen, en dus ook voor de voorziening van voedsel, zuiver water, zuurstof…
  • Overbevissing zorgt ervoor dat de visbestanden worden uitgeput. Als de visvangst doorgaat aan het huidige tempo, zijn de oceanen tegen 2050 leeggevist. Ook klimaatverandering en vervuiling wegen zwaar op het mariene ecosysteem.
  • Met het verlies aan biodiversiteit verdwijnt ook een belangrijke buffer voor de klimaatverandering. De opwarming van de aarde kan onder andere resulteren in een stijging van de zeespiegel en de blootstelling van honderden miljoenen mensen aan overstromingen, waterschaarste, honger en ziekten als malaria.

 Momenteel worden de producten en diensten van ecosystemen te zelden in rekening gebracht bij de besluitvorming. Ze worden beschouwd als verworven, gratis en eeuwig. Het is echter noodzakelijk hun belang te herkennen als we het verlies aan biodiversiteit willen afremmen.

 


Deel